Chelsy
De Geschiedenis van het NICC (1)


Koen Brams & Dirk Pültau in De Witte Raaf, Wednesday 30th April 2008, Belgium.


Koen Brams/Dirk Pültau.: Op zondag 1 februari 1998 heb jij samen met enkele tientallen kunstenaars het ICC bezet. Het initiatief tot die actie lag bij het collectief Hit & Run. Hoe had jij weet gekregen van het plan om het ICC te bezetten?

Danny Devos: Dat gerucht liep in het Antwerpse kunstwereldje. Het werd verteld op café. Op den duur wisten heel wat kunstenaars dat het ICC bezet zou worden.

K.B./D.P.: Kende jij Hit & Run op dat moment?

DDV: Ik kende de zes leden van Hit & Run, ik wist dat ze nauw bevriend waren en dat vier van hen – Giles Thomas & Patries Wichers en Jan Kempenaers & Karen Celis – een koppel vormden. Ik wist niet dat ze ook een actiegroep vormden – ik heb pas op de dag van de bezetting gezien dat er op de petitie en het pamflet een stempel stond van Hit & Run.

K.B./D.P.: Hoe heb jij de bezetting beleefd? Zag je het als een wilde actie?

DDV: Nee, alles was perfect georganiseerd. Christine Clinckx beschikte over de nodige expertise. Zij had nog aan acties van Greenpeace deelgenomen. Zij wist hoe ze de media moest bespelen. Hit & Run had een spandoek gemaakt en ook pamfletten en petitieformulieren opgesteld.

K.B./D.P.: Wanneer ben jij in actie gekomen?

DDV: Vanaf het moment dat de bezetting begon. Op 1 februari 1998 om 14 uur ben ik het ICC binnengestapt, samen met de anderen, zo’n vijftig à zestig personen, vooral Antwerpse kunstenaars. We hebben het spandoek opgehangen en een paar deuren geblokkeerd. Onmiddellijk zijn we pamfletten en petitieformulieren beginnen uit te delen voor de ingang van het ICC op de Antwerpse Meir.

K.B./D.P.: Terwijl het ICC nog open was voor het publiek…

DDV: Ja. Het was de dag waarop de laatste tentoonstelling afliep.

K.B./D.P.: Hoe reageerde het personeel aan de inkom?

DDV: Het personeel? Dat liet ons begaan.

K.B./D.P.: De actie verliep toch niet zonder slag of stoot?

DDV: Nee, we kregen de politie op bezoek, gevolgd door de burgemeester van Antwerpen, Leona Detiège. Ook Paul Huvenne kwam, de pas aangetreden directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen, waaronder het ICC ressorteerde. We hadden hem zelf opgebeld. Gelukkig waren er veel camera’s en waren er een paar kunstenaars met naam bij de bezetting betrokken, onder wie Fred Bervoets, anders waren we misschien meteen in een politiecombi afgevoerd. De politie en Huvenne begrepen snel dat ze moeilijk Bervoets konden laten buitenslepen onder het oog van de camera’s van het BRT-journaal. Dat zou slecht aangekomen zijn bij het kunstminnende publiek van Antwerpen. We hebben het dus op een akkoordje gegooid. Huvenne en Detiège hebben ingestemd met onze eis dat er vijf mensen in het ICC zouden overnachten.

K.B./D.P.: Wat deden jullie daarna?

DDV: We zijn gaan samenzitten om de bezetting verder te organiseren.

K.B./D.P.: Met vijftig mensen?

DDV: Nee, zo’n tiental. Op dezelfde dag had zich al een harde kern gevormd met aan de ene kant de leden van Hit & Run en aan de andere kant een handvol kunstenaars die zich bij de bezetting hadden aangesloten: Marc Schepers, Chris Gillis, Philip Huyghe, Marc Jambers, Sven ‘t Jolle en ik. Wij hebben samen met Hit & Run de bezetting in handen genomen.

K.B./D.P.: Wat was de eerste actie?

DDV: Perscommuniqués versturen. Mensen mobiliseren. Het ICC was daar de ideale plek voor. De infrastructuur was er. Ikzelf ben meteen met mijn laptop aan de slag gegaan om een website in elkaar te knutselen en e-mails te versturen. Mijn laptop deed vanaf de eerste dag dienst als een soort secretariaat.

K.B./D.P.: Het eerste perscommuniqué dat jullie in de wereld hebben gestuurd bevat een activiteitenprogramma voor een volledige week: zondag 1 februari gaat de ‘bar’ open en is er een videovertoning; maandag 2 februari is er onder meer een cabaretavond… donderdag is een performance gepland… Elke dag is er iets te doen.

DDV: Over dat programma hebben we nog dezelfde dag gesproken.

K.B./D.P.: Op vrijdagavond staat het debat Plaats voor kunst op het programma. De laatste activiteiten zijn gepland op zaterdag 7 februari: optredens van Kris Dane, Jef Mercelis en Zita Swoon. Jullie wilden het ICC dus een week bezetten?

DDV: In het allerbeste geval! Dat hing af van de uitkomst van het debat. Op de eerste dag van de bezetting hebben we gediscussieerd over de manier waarop we het debat zouden aanpakken. We hebben ook een lijst van genodigden opgesteld. Wie zeker aan het panel moesten deelnemen, waren Paul Huvenne, de directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, en de verantwoordelijken van de drie overheden: de Vlaamse minister van cultuur Luc Martens, provinciegouverneur Camille Paulus en de Antwerpse schepen van cultuur Eric Antonis. Van hen wilden we concrete toezeggingen. Meteen daarna wilden we het debat evalueren en beslissen of de bezetting werd verdergezet.

K.B./D.P.: Het perscommuniqué bevat de nodige toelichting bij jullie grieven en eisen. Om te beginnen legitimeren jullie de bezetting door te verwijzen naar een Koninklijk Besluit van 28 januari 1970.

DDV: Het was een algemeen gevoel dat bij de kunstenaars leefde: het ICC is van ons. Koning Boudewijn had in 1970 bepaald dat het voormalig Koninklijk Paleis een culturele bestemming moest krijgen. Maar eind 1997, begin 1998 deden allerlei geruchten de ronde over een totaal andere bestemming. Minister Wivina Demeester, bevoegd voor overheidsgebouwen, wilde er een congrescentrum van maken, de stad Antwerpen had het plan om het secretariaat van het Van Dyckjaar (1999) in het ICC te vestigen en Brouwerij De Koninck wilde er een brasserie uitbaten… en ga zo maar door. Wij wilden de experimentele werking van het ICC veiligstellen.

K.B./D.P.: Ook gouverneur Paulus had plannen met het ICC. Op 6 februari vertelt hij aan Gazet van Antwerpen dat hij al in 1996 het plan had opgevat om de hoofdzetel van de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) in het ICC onder te brengen. Hij stelde dat de kunstenaars er zouden kunnen blijven exposeren.

DDV: Ik weet dat zoiets de ronde deed. Maar je gaat mij niet vertellen dat de UIA ruimte zou hebben gemaakt voor een ernstig artistiek beleid. De kunst zou gewoon de muren van de cafetaria hebben gedecoreerd.

K.B./D.P.: Wat het communiqué tevens leert, is dat jullie niet enkel tegen de sluiting van het ICC protesteren, maar ook tegen de “stopzetting van de tentoonstellingen van hedendaagse kunst in het Jordaenshuis”. Wat had het Jordaenshuis er precies mee te maken?

DDV: Het Jordaenshuis was een tentoonstellingsruimte van de Stad Antwerpen. Je kon er tentoonstellen zonder bemoeienis van curatoren of andere bemiddelaars, het enige wat je moest doen was het indienen van een dossier bij de stad. Er was dus weinig selectie. Ik geloof dat de stopzetting van de tentoonstellingen in het Jordaenshuis net voor de sluiting viel van het ICC. In die zin kon je zeggen dat de ruimte om actuele kunst te tonen, los van galeries en musea, sterk gekrompen was.

K.B./D.P.: Het perscommuniqué bevat verrassend genoeg ook een historische inleiding over het ICC, getiteld Een kleine geschiedenis. Daar wordt een bijzonder heroïsch beeld opgehangen van het ICC in de jaren ’70.

DDV: Heeft Johan Pas eraan meegeschreven? Zoals jullie weten heeft Johan Pas een doctoraat aan het ICC gewijd.

K.B./D.P.: De heroïek contrasteert scherp met de toestand waarin het ICC zich bevond op het moment van de bezetting. Het ICC was allang geen plek meer voor experimentele kunstbeoefening. Toch wordt die experimentele status gebruikt om te eisen dat het ICC “moet blijven”.

DDV: Zoals gezegd, misschien heeft Johan Pas Hit & Run geïnspireerd, misschien heeft hij hen gewezen op het historische belang van de plek en op de interessante effecten van een mogelijke bezetting… Dat zouden jullie aan hen moeten vragen. Eigenlijk denk ik dat het Jordaenshuis veel beter aansloot bij wat Hit & Run voor ogen had: een laagdrempelige plek voor actuele kunst waar de kunstenaars het voor het zeggen hadden.

K.B./D.P.: De belangrijkste eis die in het perscommuniqué wordt geformuleerd betreft een ruimte voor actuele kunst, onafhankelijk van de ‘gevestigde instituten’, zoals de musea. Die ruimte wordt verbonden met de locatie van het ICC. Het ICC moet openblijven.

DDV: Ja.

K.B./D.P.: Achteraan het perscommuniqué staat ook een zinnetje over het statuut van de kunstenaar: “Ook het ontbreken van een duidelijk sociaal statuut voor de beeldende kunstenaar en de afwezigheid van een efficiënte spreekbuis heeft aanleiding gegeven tot deze actie.”

DDV: Dat heb ik eraan toegevoegd. Overigens stond ik niet alleen, ook Marc Schepers en Marc Jambers onderschreven dat zinnetje. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen iets totaal anders met ‘sociaal statuut’ bedoelde. Eigenlijk had er ‘maatschappelijke positie’ moeten staan. Voor mij ging het om iets algemeens, ik had het over de onzekerheid van de positie van de kunstenaar, over het feit dat wij voortdurend in een schemerzone werkten, dat we niet betaald werden, dat we nergens op terug konden vallen… In 1998 wist ik nog niet dat de term ‘sociaal statuut’ enkel op de sociale zekerheid betrekking had.

K.B./D.P.: Je stelt dat je dat zinnetje over het sociaal statuut hebt toegevoegd. Er was dus al een basistekst?

DDV: Ja, op de avond van de bezetting heb ik de tekst overgetikt die door Hit & Run was voorbereid. Tijdens de eerste vergadering kon iedereen zaken toevoegen. Ook het activiteitenprogramma is op die avond doorgesproken, inclusief de lijst met de namen van de personen die we op het debat van 6 februari wilden uitnodigen. Tevens hebben we toen beslist dat Radio Centraal de live-uitzending van het debat zou verzorgen. Radio Centraal heeft vanaf de eerste dag verslag uitgebracht over de bezetting.

K.B./D.P.: Het sociaal statuut van de kunstenaar is een heel andere aangelegenheid dan ‘ruimte voor kunst’.

DDV: Dat klopt. Eigenlijk waren er vanaf de eerste dag twee verschillende strekkingen. Aan de ene kant was er Hit & Run: zij ijverden voor een platform voor beeldende kunst. Aan de andere kant waren er kunstenaars die vanaf het eerste uur bij de bezetting betrokken waren en die vonden dat er een bredere discussie moest komen over de maatschappelijke positie van de kunstenaar. Vooral Schepers, Jambers en ik trokken aan die kar. Wij hebben dat thema meteen op de agenda gezet. Wij vroegen ook aandacht voor kunst in de openbare ruimte, het kunstonderwijs…

K.B./D.P.: In de communicatie van de eerste dagen is daar niet veel van te merken.

DDV: Misschien omdat wij geen tafelspringers waren? Wij dachten gewoon: dit is wellicht een kans om iets op poten te zetten, om iets op gang te brengen. We konden het gebouw als gijzelaar gebruiken.

K.B./D.P.: Enkele dagen later mengt Bart De Baere zich in het debat. De Baere, toen medewerker van het Museum van Hedendaagse Kunst te Gent, publiceert op 5 en 6 februari 1998 twee artikels in De Standaard, waarvan één onder de titel Het ICC moet gesloten worden.

DDV: Het was niet de eerste keer dat De Baere zich met onze actie inliet. Een of twee dagen na de start van de bezetting van het ICC had hij al een fax naar Club Moral gestuurd – op mijn thuisadres en dat van Anne-Mie Van Kerckhoven: “Tav Hit and Run, and in fact, also to Club Moral. Beste groep, I will not respond to all your remarks on paper. This discussion will be too long and requires another platform. Some remarks, though…

K.B./D.P.: De fax is in het Engels opgesteld. Waarom eigenlijk?

DDV: Geen flauw idee. Ik vond dat absurd.

K.B./D.P.: Wat was volgens jou de aanleiding voor De Baere om te reageren?

DDV: Ik weet het niet. De Baere had net als honderden andere mensen de petitie voorgeschoteld gekregen. Ik stuurde dat document naar zowat iedereen in mijn adressenbestand; meer dan duizend mensen hebben er hun handtekening onder gezet. Het toppunt was dat De Baere in die fax ook persoonlijk naar Anne-Mie uithaalde: “Wivina Demeester, this is for Annemie Van Kerckhoven, was sad to hear her declare that nothing is done for Flemish artists, while WDM has the feeling that she did do something quite substantial for young artists last year, not only by the financially expressed invitation and – certainly in the case of Annemie – by offering her a (spatial/mental) possibility that goes beyond just buying a work, but also by opening up the field of integrated art and trying to do this for young artists and with an interesting perspective. Jan Verlinden from the administration of culture has taken part in this.” Anne-Mie was op de avond van het begin van de bezetting op het nieuws geweest, en had er uitgehaald naar de overheid omdat die te weinig voor de beeldende kunstenaars deed… Kort tevoren had ze een project gerealiseerd in het Ferrarisgebouw van de Vlaamse overheid. ‘Kunst in opdracht’ viel in die tijd onder Wivina Demeester, die als Vlaams minister verantwoordelijk was voor overheidsgebouwen.

K.B./D.P.: Die kunstopdracht had toch niets met de bezetting te maken?

DDV: Dat hoef je mij niet te vertellen. Ik vond het walgelijk hoe De Baere beide zaken vermengde.

K.B./D.P.: Opvallend is dat verschillende personen pogingen ondernemen om de bezetting te recupereren. Een dag na het begin van de bezetting gebruikt schepen Eric Antonis jullie actie om zijn ideologische agenda kracht bij te zetten. De kunst moet dienen om achtergestelde buurten op te vrolijken: “Je moet zoeken naar sociale impulsen die de buurt kunnen opkrikken. In plaats van in het stadscentrum op de Meir kan je zo’n vrijplaats beter op kwetsbaarder plaatsen in de stad vestigen. Zoals de Beweeging in de Gasstraat heeft gedaan.”

DDV: Dat was een plan waar Antonis al lang mee rondliep.

K.B./D.P.: Bruno Verbergt van Antwerpen Open vzw kondigt in een persbericht aan dat hij in het ICC een forum wil opzetten rond de eisen van de bezetters. Jullie sturen vervolgens een rechtzetting naar De Morgen waarin jullie de recuperatiepogingen van Verbergt aanklagen.

DDV: Verbergt speelde een dubbel spel. Hij deed alsof hij aan de kant van de kunstenaars stond, terwijl ondertussen al beslist was dat zijn eigen organisatie – Antwerpen Open – in het ICC zou worden ondergebracht.

K.B./D.P.: Volgens de kranten zouden twee kunstenaars zich in de achterbouw van het ICC hebben verschanst om Antwerpen Open de toegang tot het ICC te beletten.

DDV: Dat waren Giles Thomas en ik. Ik had voordien al eens een performance gedaan waarbij ik een stok tussen de deur en mijn lichaam inklemde; Giles en ik hebben daar voor de gelegenheid een variatie op gemaakt. We hebben de concièrge in de achterbouw verschalkt en gingen met een balk tussen ons lichaam en de achterdeur geklemd liggen, zodat de deur niet open kon.

K.B./D.P.: Op de vooravond van het debat, op donderdag 5 februari, verschijnt een nieuw communiqué waarin jullie met bijkomende eisen op de korte termijn op de proppen komen: “een kantoor voor het Internationaal Cultureel Centrum” en “één wettelijk minimumloon voor de persoon die dit kantoor bemant”.

DDV: Dat was noodzakelijk om aan onze sociale eisen te kunnen werken, zo wist ik uit ervaring. In de jaren 1983-1985 was ik enkele keren op het ministerie geweest, samen met mensen van de Vereniging van Plastische Kunstenaars (VPK), ex-actievoerders van ’68. We gingen het statuut van de kunstenaar aankaarten of een verlaging van de btw bepleiten… maar werden constant van het kastje naar de muur gespeeld, van de ene naar de andere dienst gestuurd. Als je op dat vlak iets wil bereiken, heb je een vast secretariaat nodig met een voltijdse werkkracht aan wie je voortdurend opdrachten kan toevertrouwen.

K.B./D.P.: Vreemd genoeg wordt de werking van het secretariaat in het bewuste communiqué op een totaal andere manier ingevuld, namelijk “als contact- en meldpunt voor invulling van een culturele programmatie op tijdelijke, beschikbare locaties”. Dat lag helemaal in de lijn van wat schepen Antonis wilde.

DDV: Dat idee moet van Hit & Run zijn gekomen. Ik vond dat onzin.

K.B./D.P.: Hoe heb jij het debat van 6 februari beleefd? Was het wat jij ervan verwachtte?

DDV: Laat ons zeggen dat er iets bewoog… Om te beginnen bij Antonis. Hij begreep dat je het Jordaenshuis en het ICC niet zonder meer kon sluiten. Hij stelde voor dat wijzelf een plek zochten en beloofde dat de stad de huur van het gebouw zou betalen, op voorwaarde dat de provincie en de Vlaamse Gemeenschap zich ook zouden engageren.

K.B./D.P.: En de andere partijen?

DDV: De provinciegouverneur was er niet; hij werd vertegenwoordigd door Jan Walgrave, die ik kende van bij de VPK. Het plaatje dat ons voor ogen stond was: de stad betaalt het gebouw, de provincie een vaste medewerker en de Vlaamse Gemeenschap zorgt voor werkingsmiddelen – want het was de Vlaamse Gemeenschap die kon beslissen over de middelen die binnen het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen (KMSKA) aan hedendaagse kunst werden besteed. Voor de provincie zou dat geen probleem vormen, daar had ik vertrouwen in. Cultuurminister Martens stelde als voorwaarde dat we ons zouden verenigen, zodat hij een aanspreekpunt had.

K.B./D.P.: Hoe stelde Paul Huvenne zich op tijdens het debat?

DDV: Toen ik hem vroeg hoeveel geld er in het KMSKA naar hedendaagse kunst ging, antwoordde hij: 6 miljoen Belgische frank. Ik zei daarop: “Dat bedrag gaat nu dus naar ons.” Huvenne moest even slikken…

K.B./D.P.: Waarom wilde Huvenne het ICC eigenlijk sluiten?

DDV: Geen idee. Het enige wat ik weet is dat het ICC al een tijdje aan het slabakken was en dat Huvenne daar niets aan gedaan heeft sinds hij in oktober 1997 aan de slag was gegaan in het KMSKA. Het KMSKA heeft het ICC laten verloederen en Huvenne wilde ervan af.

K.B./D.P.: Maar hebben jullie hem daarover aangesproken?

DDV: Waarom zouden we dat hebben gedaan? Huvenne was een specialist 17de-eeuwse kunst en wilde het geld van het ICC gebruiken voor zijn eigen hobby… Maar eigenlijk moet ik zeggen dat dat voor mij niet ter zake deed. Ik vond dat de sluiting van het ICC niet door de beugel kon, maar de redenen van de stopzetting interesseerden mij niet.

K.B./D.P.: Na het debat formuleren jullie evenwel andere eisen, zo blijkt uit de kranten. Zo zou duidelijk zijn geworden dat jullie niet per se vasthouden aan de locatie; het zou jullie eerder te doen zijn om het ‘concept’ van het ICC. Nochtans kwamen jullie in de communicatie van de eerste dagen heel erg op voor het gebouw van het Koninklijk Paleis aan de Meir. Waarom vonden jullie dat in het begin zo belangrijk?

DDV: Zoals ik al zei, Hit & Run was begaan met het ICC omdat het een symbool was. Zelf vond ik het gebouw interessant omwille van de infrastructuur die er voorhanden was. Die zou anders toch gewoon naar het KMSKA gaan, net als het budget.

K.B./D.P.: Terwijl tijdens het debat toezeggingen worden gedaan, met name door Eric Antonis, sturen jullie daags nadien een brief naar minister Martens met de vetgedrukte mededeling: “er is geen enkele konkrete toezegging op onze eisen”.

DDV: Ik herinner mij nog dat Marc Schepers na het debat zei: wat hebben we nu eigenlijk in handen? Er waren allerlei mondelinge beloftes gedaan maar er stond niets op papier.

K.B./D.P.: Opvallend is ook het slot van de brief: “wij nemen graag het aanbod van de heer Martens aan, om het label ‘ICC’ mee te nemen en ondertekenen dan voortaan ook met de meeste hoogachting, Internationaal Cultureel Centrum.” Martens heeft dus niet alleen gevraagd dat jullie je zouden organiseren. Hij heeft meteen ook een naam gesuggereerd.

DDV: Dat klopt.

K.B./D.P.: Op 11 februari kondigt Gazet van Antwerpen een overleg aan dat zal plaatsvinden op het stedelijk kabinet van Eric Antonis, met de schepen zelf, de provinciegouverneur, een delegatie van het ministerie van cultuur en een delegatie van de kunstenaars. Wie heeft jullie vertegenwoordigd?

DDV: Christine Clinckx, Philip Huyghe en ikzelf zijn afgevaardigd.

K.B./D.P.: Wat is er precies uit de bus gekomen?

DDV: We kregen de beschikking over een secretariaat met een voltijdse werkkracht, op voorwaarde dat we ons zouden verenigen. In dat geval zou de stad instaan voor een gebouw, de provincie voor een voltijdse werkkracht en de Vlaamse Gemeenschap voor werkingsmiddelen. We hebben de bezetting nog enkele dagen symbolisch verdergezet. Toen was het afgelopen.

K.B./D.P.: Op maandag 16 februari konden jullie aan de slag in het ICC.

DDV: Ja.

K.B./D.P.: Dat ging evenwel niet van een leien dakje. Op 17 februari beklagen de kunstenaars zich in de media over de territoriumdrift van Antwerpen Open, in de persoon van Bruno Verbergt.

DDV: Het werd snel duidelijk dat we niet lang in het ICC konden blijven. Antwerpen Open begon zijn intrek te nemen in de burelen achteraan het ICC. We deelden ook een bureau met Hilde Van Leuven van het KMSKA, zodat we moesten uitwijken om comfortabel en ‘discreet’ te kunnen werken en vergaderen.

K.B./D.P.: Op 19 februari wordt een protocol opgesteld tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Internationaal Cultureel Centrum vzw. Opvallend is dat de bezetters tekenen met “Internationaal Cultureel Centrum vzw”. Jullie hadden inmiddels een vzw opgericht?

DDV: Nee, we waren nog met de voorbereiding bezig. De discussie over de statuten van de vzw was nog aan de gang. Er was namelijk een serieus probleem gerezen.

K.B./D.P.: Wat bedoel je?

DDV: Op 19 februari vergaderden we een eerste keer om de vzw in de steigers te zetten. Er ontspon zich een heftige discussie over de vraag of we ons al dan niet moesten ‘verenigen’, met alle formele en juridische consequenties vandien. Uiteindelijk besloten we om een bredere groep kunstenaars hierover te polsen; in de tussentijd zouden Christine Clinckx en Patries Wichers een advocaat opzoeken om advies in te winnen over de oprichting van een vzw. Op 26 februari zou de kerngroep opnieuw bijeenkomen. Maar toen Philip Huyghe en ik in de week tussen 19 en 26 februari het ICC binnenliepen, vertelde Clinckx doodleuk dat er alvast een vzw was opgericht. Zonder de anderen op de hoogte te brengen, hadden ze de papieren naar het Staatsblad opgestuurd.

K.B./D.P.: Het initiatief kwam van Hit & Run?

DDV: Dat was duidelijk. Christine Clinckx, Karen Celis, Cel Crabeels en Jan Kempenaers traden op als stichtende leden. Zij waren immers de vier leden van Hit & Run die over de Belgische nationaliteit beschikten – Giles Thomas is een Brit, Patries Wichers een Nederlandse.

K.B./D.P.: Hoe hebben Philip en jij gereageerd?

DDV: We vielen van onze stoel. We hebben Christine ingepeperd dat zoiets niet door de beugel kon. Ik heb op het faxapparaat onmiddellijk een kopie gemaakt van de statuten van de vzw.

K.B./D.P.: Weet je nog hoe de vzw heette?

DDV: Vzw ICC!

K.B./D.P.: Het ICC moet blijven…

DDV: Zo kan je het samenvatten.

K.B./D.P.: Wat waren de doelstellingen van de vzw ICC?

DDV: Ze waren veel beperkter dan die van het latere NICC en lagen helemaal in de lijn van Hit & Run: “de vereniging heeft tot doel: de realisatie, promotie, verkoop, distributie, en organisatie van artistieke, culturele en educatieve activiteiten van elke aard.” Hit & Run wilde gewoon een ruimte om van alles te kunnen organiseren, ik zei het al.

K.B./D.P.: Op 26 februari vindt opnieuw een vergadering plaats. Er is slechts één agendapunt: de pas opgerichte vzw ICC. Opvallend is dat er in vergelijking met de vorige vergaderingen dubbel zoveel aanwezigen zijn.

DDV: Ik heb alle mensen gecontacteerd die de actie op 1 februari hadden gesteund en die me hadden laten weten dat ze op de hoogte wilden blijven. Het kon toch niet dat een klein groepje ging lopen met een initiatief dat door zoveel mensen werd gedragen.

K.B./D.P.: Hoe is de vergadering verlopen?

DDV: We hebben Hit & Run duidelijk gemaakt dat ze tegen hun eigen democratische principes hadden gezondigd. De bezetting was een idee van Hit & Run, en ik gun hen de credits van harte, maar hoe je het ook draait of keert: al op 1 februari had hun initiatief een enorme vlucht genomen en was er een totaal nieuwe situatie ontstaan. Uiteindelijk hebben we gestemd over de vraag of de nieuwe vzw zou blijven bestaan. Het resultaat was duidelijk: vijf stemmen voor, tien stemmen tegen en zeven onthoudingen.

K.B./D.P.: De stemmen vóór kwamen uiteraard van Hit & Run. Wie stemde er tegen?

DDV: De meeste kunstenaars, denk ik, onder wie natuurlijk ook Jambers, Schepers, Huyghe en ik. De onthoudingen kwamen allicht van de niet-kunstenaars. We hadden ook niet-kunstenaars uitgenodigd, zoals Philippe Pirotte en Kurt Van Belleghem.

K.B./D.P.: Wat is er vervolgens gebeurd?

DDV: We hebben beslist om de papieren die naar het Staatsblad waren verstuurd terug te trekken. De vzw was immers niet rechtsgeldig zolang de statuten niet waren verschenen.

K.B./D.P.: Is Hit & Run er toen uitgestapt?

DDV: Nee.

K.B./D.P.: Of is er een breuk ontstaan?

DDV: Iedereen bleef aan boord, maar bij Christine Clinckx is er wel iets blijven hangen, om het zacht uit te drukken. Dat heb ik gevoeld.

K.B./D.P.: En volgens jou gaat dat terug op de feiten tussen 19 en 26 februari?

DDV: Ja, want daarvoor was onze samenwerking prima. Christine was de campagneleidster, ze wist hoe ze de actie moest organiseren en de media bespelen; ik was het mobiele secretariaat. We vulden elkaar goed aan.

K.B./D.P.: Als je de stemming van 26 februari analyseert, dan hebben jullie er goed aan gedaan om extra mensen op te trommelen voor de vergadering. Anders was het nipt geweest.

DDV: Dat klopt. Ik kan er alleen over zeggen dat ik mij onmiddellijk zou hebben teruggetrokken indien de stemming negatief was uitgedraaid. Jammer van die gemiste kans, zou ik hebben gedacht.

Wordt vervolgd

De bezetting van het ICC - Gesprek met Christine Clinckx en Patries Wichers (Hit&Run)

Koen Brams & Dirk Pültau: Op 1 februari 1998 bezetten jullie samen met enkele tientallen kunstenaars het voormalige Koninklijk Paleis aan de Meir te Antwerpen, waar sinds 1970 het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) was gevestigd. Hit & Run nam het initiatief tot die bezetting. Waar stond Hit & Run precies voor?

Christine Clinckx: Hit & Run was een kunstenaarscollectief, opgericht in december 1997, nadat we besloten hadden om het ICC te bezetten.

Patries Wichers: Ik herinner me dat ik met de naam ben gekomen.

K.B./D.P.: Wie waren de overige leden?

C.C.: Cel Crabeels, Jan Kempenaers, Giles Thomas en Karen Celis, het enige lid zonder kunstpraktijk. Wij vormden al langer een hecht vriendengroepje.

K.B./D.P.: Wanneer hebben jullie elkaar leren kennen?

P.W.: Eind 1995, op een vernissage van mijn vriend Giles Thomas in het Jacob Jordaenshuis in Antwerpen. Een paar maanden later, in mei 1996, namen we allemaal deel aan de groepstentoonstelling Contractions in de Vera Van Laer Gallery in de Hoogstraat in Antwerpen, samen met Niels Donckers, Beatrijs Lauwaert en het duo Alexander en Tin Viot-Lieck.

K.B./D.P.: Maakten jullie een gezamenlijk werk voor die tentoonstelling?

P.W.: Nee, we exposeerden individueel.

K.B./D.P.: Hoe zijn jullie op het idee gekomen om het ICC te bezetten?

P.W.: We discussieerden op café over het feit dat er zo weinig ruimte was voor jonge kunstenaars en voor actuele kunst in Antwerpen, terwijl er zoveel gebouwen leegstonden. Op een gegeven moment constateerden we dat het schippersgebouw op het Eilandje aan de haven leegstond.

K.B./D.P.: Hebben jullie overwogen om dat gebouw te kraken?

P.W.: Neen. We bleven brainstormen, maar eind 1997 hebben we onze stoute schoenen aangetrokken en zijn we met Bruno Verbergt gaan spreken, de adviseur van Eric Antonis, de toenmalige schepen van cultuur van Antwerpen.

K.B./D.P.: Met welke vraag hebben jullie hem benaderd? Wilden jullie een kunstenaarsinitiatief opstarten?

C.C.: We zagen het veel ruimer. We hadden een experimenteel platform in gedachten, een kunstcentrum dat zich zou toeleggen op beeldende kunst maar ook de link zou leggen met andere kunstvormen. Aan het hoofd zagen we een jonge curator, benoemd voor een beperkte periode van vijf jaar. Een atelierwerking vonden we ook belangrijk. Je zou het kunnen vergelijken met Muziekcentrum Trix in Borgerhout. Daar kan je gewoon binnenstappen om naar studio’s of apparatuur te informeren. Als je geluk hebt, kan je direct aan de slag.

K.B./D.P.: Hoe reageerde Verbergt?

P.W.: Hij vond het prima dat kunstenaars zelf opkwamen voor een kunstcentrum, maar op zijn eentje kon hij te weinig druk uitoefenen, zei hij. Weet je wat hij voorstelde? Dat wij een gebouw zouden kraken! Dan zou hij onze eisen openlijk bijtreden.

K.B./D.P.: Hoe zijn jullie dan op het idee gekomen om het ICC te bezetten?

C.C.: Dat herinner ik mij nog goed! Midden december ging ik met Karen Celis naar de vernissage van de laatste tentoonstelling van het ICC: een groepstentoonstelling met Philip Aguirre, Koen Broucke, Ingrid Mostrey en de Duitser Alexander Viot-Lieck. Paul Huvenne was pas directeur geworden van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, waarvan het ICC een bijhuis was. Hij had in de krant laten weten dat hij het ICC wilde sluiten. Net daarvoor was ook het Jacob Jordaenshuis dichtgegaan, een ruimte van de stad waar jonge kunstenaars konden exposeren. Karen en ik liepen door het ICC en plots kregen we een idee: als we nu eens het ICC zouden bezetten?

K.B./D.P.: Zomaar?

C.C.: Ja, heel impulsief, het is spontaan bij ons opgekomen. Ria Pacquée was op de opening. We hebben haar gevraagd wat zij ervan vond en ze was onmiddellijk enthousiast.

K.B./D.P.: Waarom hebben jullie niet tegen de sluiting van het Jordaenshuis geprotesteerd?

C.C.: Het Jordaenshuis stelde niets voor.

P.W.: Het ICC had veel meer uitstraling, het was een Koninklijk Paleis met een roemrijk verleden op het vlak van de actuele kunst. Er hing een hele geschiedenis aan vast: de bezetting van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten door de Vrije Aktie Groep Antwerpen, Koning Boudewijn die besloot zijn Paleis aan beeldende kunstenaars af te staan…

K.B./D.P.: Hoe hebben jullie de bezetting aangepakt?

C.C.: We kwamen met z’n allen bijeen en stelden een actieplan op.

P.W.: Ik heb de naam Hit & Run bedacht en het logo ontworpen…

C.C.: We deden onderzoek naar de voorgeschiedenis van het ICC. De bibliothecaris van het ICC, Dany Smet, hielp ons materiaal te verzamelen… Hij is nadien op een zijspoor gezet omdat hij ervan verdacht werd ons te hebben geholpen. Maar Smet was zich van geen kwaad bewust.

K.B./D.P.: Welke stappen omvatte het actieplan?

C.C.: Om te beginnen contacteerden we zoveel mogelijk potentiële medestanders, voornamelijk kunstenaars. Elk van ons had een lijst van personen die voor de bezetting moesten worden warm gemaakt. Wie meedeed, ontving een brief. We vroegen evenwel met klem om de actie geheim te houden. Ook de kunstacademies kwamen aan de beurt. We spraken onder anderen met Mark De Belder, de directeur van Sint Lucas Antwerpen, en ook met een paar docenten. We benaderden tevens BRT-radiojournalist Jef Lambrecht, die ook verbonden was aan het kunstenaarsinitiatief Factor 44. Met Radio Centraal spraken we af dat zij de bezetting zouden coveren.

K.B./D.P.: Terwijl alles geheim moest blijven?

P.W.: Dat was niet evident, maar het is ons gelukt om de media te sensibiliseren en mensen op de been te brengen zonder dat de actie op voorhand uitlekte. Aan de media vertelden we dat er een spectaculaire actie op til was in de kunstwereld… Wie erbij wilde zijn moest op 1 februari 1998 om kwart voor twee naar de Antwerpse Groenplaats afzakken. VTM, de VRT, noem maar op: ze waren er allemaal.

K.B./D.P.: Hoe ging de actie op 1 februari van start?

C.C.: Patries, Cel en ik bliezen met alle kunstenaars verzamelen bij de fontein op de Wapper, vlakbij het ICC. We waren met een vijftigtal mensen. Rond dezelfde tijd wachtte Karen Celis de pers op aan de Groenplaats. Ze deelde persmappen uit en leidde hen naar het ICC. Om twee uur zijn wij het ICC binnengestapt.

K.B./D.P.: Wat zeiden jullie tegen het personeel?

C.C.: Wel… dit is een bezetting! Ieder van ons had vanaf dat moment zijn taak: Cel en Giles moesten de externe toegangspoorten en de deuren in het gebouw barricaderen. Jan begon onmiddellijk foto’s te maken van het hele gebeuren…

P.W.: …ik had op voorhand de ramen opgemeten en plakkaten gemaakt: “Bezet door kunstenaars”, “ICC & Jordaenshuis sluiten – jonge kunst buiten?

C.C.: Toen we binnen waren, hebben we Leona Detiège gebeld, de burgemeester van Antwerpen; vervolgens contacteerden we de politie en Paul Huvenne, de directeur van het Koninklijk Museum. Huvenne was met zijn familie op wandel op linkeroever. Hij is direct naar het ICC gekomen, maar toen hij al die camera’s en microfoons zag, is hij onmiddellijk naar de toiletten gestoven. Na zich daar een kwartier te hebben verschanst, kwam hij naar buiten en heb ik de bedoeling van de actie uitgelegd.

K.B./D.P.: Hoe reageerde de politie?

C.C.: Die hield zich gedeisd. Er was immers veel pers. Ik stond voortdurend in telefonisch contact met Lucas De Pauw, onze advocaat. Hij informeerde ons over de juridische consequenties van wat we deden. Toen de politie ons om 15 uur wilde arresteren verklaarde ik bijvoorbeeld op aangeven van Lucas dat men ons tot sluitingstijd de kans moest geven om het pand vrijwillig te verlaten – want het ICC is een openbaar gebouw. Zo hadden we tijd om alle betrokken partijen te bellen.

K.B./D.P.: Het moet gezegd dat jullie de bezetting professioneel hebben aangepakt.

P.W.: Christine wist van aanpakken. Ze heeft bij Greenpeace de knepen van het vak geleerd.

K.B./D.P.: Was jij toen allang actief bij Greenpeace?

C.C.: Zo’n tien jaar. Ik ben lid van Greenpeace sinds mijn 18de.

P.W.: Jij wist de media te bespelen en met de politie om te gaan. Dat was belangrijk.

K.B./D.P.: In het ICC liep op dat moment de laatste tentoonstelling. Wat hebben jullie met de kunstwerken gedaan?

C.C.: We hebben ze in een ruimte samengezet. Om 17 uur verzochten we het publiek om het pand te verlaten. We waren ondertussen met de burgemeester en Huvenne overeengekomen dat vijf personen mochten blijven overnachten. Giles Thomas, Patries en ik waren er steeds. Chris Gillis ook. Sven ‘t Jolle is eens een nachtje komen meeslapen. Er waren precies vijf slaapzakken. Ze lagen in de spiegelzaal – we hebben maar een deel van het ICC voor de bezetting gebruikt: de spiegelzaal en de twee ruimtes op het gelijkvloers aan de straatkant.

K.B./D.P.: Wat deden jullie toen jullie de garantie hadden dat jullie niet werden uitgezet?

C.C.: Het faxapparaat in beslag nemen en zoveel mogelijk mensen op de hoogte brengen van de bezetting. We hebben in de dagen na de bezetting een massa steunbetuigingen ontvangen. Meer dan duizend mensen hebben een petitie getekend.

K.B./D.P.: In het archief van het NICC vonden we onder andere het communiqué dat jullie op 1 februari 1998 uitdeelden aan de pers. Het bevat al een programma voor de ganse week: op zondag 1 februari opening van de bar, op 2 februari een kabaretavond, op 4 februari komt theatergroep De Onderneming…

C.C.: We hadden dat allemaal op voorhand voorbereid en de betrokkenen gecontacteerd. Er was enorm veel te doen tijdens de bezetting: videovertoningen, ateliers, danslessen… Een circusschool kwam spelen, acteurs liepen langs om een praatje te maken en iets te drinken. In geen tijd was het ICC het beste cultuurcafé van Antwerpen.

K.B./D.P.: In het communiqué wordt verder gewag gemaakt van een debat – Plaats voor kunst – dat op vrijdag 6 februari 1998 gepland is. Ook de genodigden, elf in totaal, worden genoemd, onder wie Luc Martens, minister van welzijn, volksgezondheid & cultuur; Paul Huvenne, directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen; Jan Verlinden, afdelingshoofd beeldende kunst en musea van de Vlaamse Gemeenschap; Camille Paulus, gouverneur van de provincie Antwerpen en Eric Antonis, schepen van cultuur van de stad Antwerpen. 

C.C.: We hadden van tevoren beslist wie we zouden uitnodigen. De verantwoordelijken van de drie overheden – de Vlaamse Gemeenschap, de provincie en de stad – moesten er zeker bij zijn, want we wilden dat ze met concrete toegevingen over de brug zouden komen. Anders zou de bezetting worden verdergezet.

K.B./D.P.: In jullie eisenpakket draait alles rond ‘ruimte voor kunst’: “een autonoom, jong en dynamisch centrum, waar de programmatie verzorgd wordt door jonge curator(en), eventueel aangesteld voor 5 jaar, en/of gastcuratoren”. Jullie vermelden ook voorbeelden in het buitenland: Witte de With (Rotterdam), De Appel (Amsterdam) en het ICA in Londen.

P.W.: Giles had het vaak over het ICA, hij was goed bekend met de werking van dat instituut.

K.B./D.P.: Anderzijds pleiten jullie ook heel erg voor het behoud van ICC op de bestaande locatie: het Koninklijk Paleis op de Meir.

C.C.: Ik geloof niet dat we de locatie zo belangrijk vonden.

K.B./D.P.: De slogan op de petitieformulieren luidt veelzeggend: Het ICC moet blijven.

C.C.: We wilden een actualisering van het ICC, naar het model van buitenlandse instellingen.

K.B./D.P.: Maar blijkbaar wilden jullie te allen prijze ook de levensvatbaarheid van een kunstcentrum in een ruimte als het Koninklijk Paleis aantonen. Zo staat in het communiqué: “Het argument dat een pand als het Koninklijk Paleis door zijn historisch karakter ongeschikt zou zijn voor het tentoonstellen van hedendaagse kunst is al even slecht gekozen. […] Dat historische gebouwen een verrijking en een uitdaging vormen voor hedendaagse kunstenaars blijkt […] uit talrijke belangrijke tentoonstellingen in het buitenland, en vooral uit de voorbeelden in Italië en Frankrijk, waar bv. het Castello di Rivoli en het Chateau d’Oiron bewijzen dat hedendaagse kunst perfect kan functioneren in een historische context.”

P.W.: Misschien hadden we eventjes de neiging om ons aan dat gebouw vast te klampen, dat kan wel kloppen. We zaten immers in dat paleis.

K.B./D.P.: Het perscommuniqué bevat ook een kleine geschiedenis van het ICC waarin een nostalgisch beeld wordt opgehangen van het ICC in de jaren ’70. Opvallend is dat jullie versie van de ontstaansgeschiedenis van het ICC erg gelijkt op die van Johan Pas in zijn proefschrift over het ICC: ook hij suggereert een verband tussen de acties van de Vrije Aktie Groep Antwerpen in 1968 en het Koninklijk Besluit dat in 1970 tot de oprichting van het ICC leidt. Heeft Pas jullie geïnspireerd om het ICC te bezetten?

C.C.: Nee.

K.B./D.P.: Of heeft hij jullie argumentatie gestuurd?

C.C.: Zoals jullie weten, zijn Johan en ik een koppel en dat was ook toen al het geval. Maar Johan was nog niet met het ICC bezig.

P.W.: De bezetting heeft hem wel geïnspireerd om zich erin te verdiepen, denk je niet?

C.C.: Dat durf ik niet zeggen, maar hij hielp wel met het schrijven van teksten, bijvoorbeeld het perscommuniqué. Wij vertelden wat erin moest staan en hij goot dat in een vlotte tekst.

K.B./D.P.: Daags na de bezetting verspreidt Bruno Verbergt van Antwerpen Open een persbericht waarin hij zijn steun uitspreekt voor de bezetters. Hij kondigt de oprichting aan van een forum waar jullie eisen ter sprake kunnen komen. Jullie sturen meteen een verbolgen reactie naar De Morgen.

P.W.: Schaamteloos! Verbergt nam gewoon onze actiepunten over!

K.B./D.P.: Hij deed toch gewoon wat hij beloofd had: jullie steunen op het moment dat jullie een pand bezetten?

P.W.: Hij speelde dubbel spel: voor de buitenwacht was het alsof hij ons steunde…

C.C.: …maar aan ons vertelde hij daags na de bezetting dat het secretariaat van Antwerpen Open in het ICC zou worden gevestigd en dat we daar zeker niet konden blijven.

P.W.: Verbergt was natuurlijk een beetje verrast dat we zijn advies hadden opgevolgd en… zijn gebouw hadden bezet! De zaken hadden voor hem een vreemde wending gekregen.

C.C.: Daar was hij absoluut niet blij mee.

K.B./D.P.: Schepen van cultuur Antonis recupereert jullie actie om zijn ideologisch stokpaardje te berijden: kunst als middel om probleembuurten op te krikken. Jullie zouden beter aan de slag gaan op tijdelijke locaties of alternatieve plekken in ‘moeilijke’ buurten, aldus Antonis, in plaats van in een historisch pand dat niet geschikt is voor ‘experimentele uitingen’…

P.W.: …terwijl hijzelf voor Antwerpen 93 een 18de-eeuwse keuken uit het ICC had laten slepen, om er het filmmuseum in onder te brengen. Dat hebben we hem onder de neus gewreven.

K.B./D.P.: Op 6 februari volgt dan het debat Plaats voor kunst, met vertegenwoordigers van de verschillende overheden. Welk gevoel hielden jullie aan dat panelgesprek over?

C.C.: Positief was dat minister van cultuur Luc Martens suggereerde dat we ons zouden verenigen in een structuur. Dan had hij een aanspreekpunt en konden we subsidies aanvragen. Maar voor de rest bleef het allemaal heel vaag.

P.W.: Ze schoven de hete aardappel naar elkaar door.

K.B./D.P.: Vandaar dat jullie de bezetting na 6 februari hebben voortgezet?

P.W.: Ja.

K.B./D.P.: Niet zonder jullie eisen bij te stellen evenwel. Daags na het debat schrijft Gazet van Antwerpen: “Hit & Run beseft dat het quasi onmogelijk is om het paleis in zijn huidige vorm te claimen.” Voortaan gaan jullie voor een “secretariaat met een voltijdse werkkracht”, met het oog op het opzetten van een vzw; een secretariaat dat in het ICC zou worden ondergebracht. De hoop op een kunstcentrum in het ICC hebben jullie opgegeven. Heeft het discours van Antonis daarbij een rol gespeeld?

P.W.: Er zijn verschillende factoren geweest: de argumentatie van Antonis, gesprekken met mensen die ons op de voordelen van andere locaties wezen, de confrontatie met een historisch gebouw… We moesten natuurlijk heel voorzichtig omspringen met het Paleis.

C.C.: Uiteindelijk kregen we van álle overheden te horen dat het Koninklijk Paleis geen haalbare kaart was. Het gebouw moest dringend worden gerenoveerd. De plannen om er een andere bestemming aan te geven waren al te ver gevorderd.

K.B./D.P.: Kortom, jullie zijn geleidelijk gaan beseffen dat het Koninklijk Paleis geen realistische optie was?

C.C.: Ja.

K.B./D.P.: Op 11 februari is er een overleg op het kabinet van schepen Antonis, met de verschillende overheden. In de kranten is er sprake van een “delegatie van de kunstenaars”.

C.C.: Dat waren Danny Devos, Philip Huyghe en ik. We zijn samen naar het stadhuis geweest.

K.B./D.P.: Gazet van Antwerpen schrijft daags voor het overleg: “De bezetters verwachten niet dat de eerste onderhandelingsronde vandaag meteen bevredigende resultaten zullen [sic] opleveren. Daarom maken ze zich op voor een bezetting van onbepaalde duur.” Vanwaar die scepsis?

C.C.: Dat weet ik niet meer. Wat ik mij wel herinner, is dat de besprekingen al voorbij waren toen we op het stadhuis aankwamen.

K.B./D.P.: Jullie waren wel uitgenodigd?

C.C.: Ja, iedereen was er, Jan Vermassen – de adviseur van minister van cultuur Luc Martens – een vertegenwoordiger van het provinciebestuur, de schepen van cultuur Eric Antonis en zijn assistent Bruno Verbergt… maar wij kregen alleen maar het resultaat te horen.

K.B./D.P.: Daags nadien schrijven de kranten dat jullie de bezetting opheffen. Het resultaat was dus niet slecht?

C.C.: Dat klopt. We kregen de beschikking over een kantoor met voltijdse werkkracht en konden voorlopig aan de slag in het ICC – dat was precies wat we hadden geëist. De drie overheden waren blijkbaar tot een akkoord gekomen: de stad zorgde voor kantoorruimte, de provincie voor een voltijdse werkkracht en de Vlaamse overheid voor werkingssubsidies voor de vzw die we moesten oprichten. Daar zijn we onmiddellijk mee begonnen.

K.B./D.P.: Het eerste verslag van een vergadering dat in het NICC-archief bewaard is gebleven en dat dateert van maandag 15 februari 1998, bevat een weekrooster met de namen van diegenen die de permanentie op kantoor verzorgden. Danny Devos neemt vijf halve dagen voor zijn rekening; vier halve dagen worden verdeeld onder leden van Hit & Run.

P.W.: Precies. We hadden nog geen voltijdse werkkracht in dienst en we moesten de vzw opstarten.

C.C.: Danny Devos heeft zichzelf toen in dienst genomen, geloof ik. Is het niet?

K.B./D.P.: Het verslag zegt: “Danny wil solliciteren, maar kan slechts drie dagen werken, informeren of 2 part-times mogelijk zijn.”

C.C.: Danny Devos had op dat moment geen werk.

K.B./D.P.: Vier dagen later, op 19 februari, wordt opnieuw vergaderd. Het verslag maakt gewag van een “2 uur durende discussie over het ons wel of niet in structuren wringen”. Uiteindelijk wordt besloten om “de bredere groep van kunstenaars […] te informeren en om hun mening te vragen” op een Algemene Vergadering die zou plaatshebben op zondag 1 maart 1998. Verder lezen we: “Christine en Patries gaan vrijdag 20 februari naar de advocaat om advies te vragen over het opgestelde protocol en over hoe de vzw op te starten.” Uit het verslag van de daaropvolgende vergadering van 26 februari blijkt dat jullie meer gedaan hebben dan het inwinnen van informatie: jullie hebben meteen zelf een vzw opgericht, samen met de andere leden van Hit & Run.

C.C.: Ik herinner mij dat Cel Crabeels de statuten van een of andere toneelvereniging had gekopieerd, en dat we het met Danny Devos hadden besproken.

K.B./D.P.: In het verslag van 26 februari staat tevens dat jullie de statuten naar het Staatsblad hebben gestuurd. Er wordt immers de volgende oplossing gesuggereerd: “Een ‘Tabula Rasa’, herbeginnen van nul, aanvraag voor publicatie in Staatsblad terugtrekken. (Vzw bestaat niet zolang de oprichting nog niet in het Staatsblad is verschenen en de kosten nog niet betaald zijn).” Waarom hadden jullie plots zelf een vzw opgericht en de statuten naar het Staatsblad verzonden?

C.C.: Danny Devos en Philip Huyghe trokken de bezetting naar zich toe. Eigenlijk was dat al vanaf de eerste dag begonnen. Danny was de enige die over een laptop beschikte. Al op de eerste dag begon hij de hele wereld te bestoken met e-mails waar enkel zijn naam op stond. Verder was hij enkel geïnteresseerd in het statuut van de kunstenaar. 

K.B./D.P.: Dat was niet jullie ding?

C.C.: Wij vinden het ook een schande dat kunstenaars niet vergoed worden en als goedkope werkkrachten gebruikt worden. Maar die kwestie had volgens ons niets met de oorsprong van de bezetting en de daaraan verbonden eisen te maken. Let wel, wij gingen ermee akkoord dat de nieuwe vzw zou ijveren voor het statuut van de kunstenaar. In het eerste perscommuniqué werd dat trouwens met zoveel woorden gesteld. Het probleem was dat Danny van onze eisen niets moest weten. Hij had al een kunstenaarsinitiatief gehad in de jaren ’80, met Anne-Mie Van Kerckhoven: Club Moral. Een tentoonstellingsruimte met internationale uitstraling interesseerde hem niet.

K.B./D.P.: Waarover ging het conflict met Philip Huyghe?

C.C.: Philip was betrokken bij de alternatieve ruimte HAL Antwerpen, een kunstenaarsinitiatief dat curatoren en kunstenaars samenbracht – later is hieruit het residentieproject voor kunstenaars Air Antwerpen voortgekomen. Hij vertelde ons dat hij al meerdere keren over HAL had gesproken met de minister, maar dat was telkens op niets uitgelopen. Hij was daar heel verbitterd over. Philip wilde per se bij alle gesprekken met de overheid aanwezig zijn.

P.W.: Hij heeft zichzelf ook uitgenodigd op het debat.

C.C.: “Jullie gaan dat niet voor ons verpesten,” zei Philip Huyghe tegen ons. Devos en Huyghe gebruikten de bezetting om hun eigen agenda door te drukken. Daarom hebben wij een eigen vzw opgericht.

K.B./D.P.: Jullie wilden het initiatief terug in handen krijgen, mogen we het zo stellen?

P.W.: De zaak terug naar zijn oorsprong brengen…

K.B./D.P.: Want jullie hebben de bezetting georganiseerd…

C.C./P.W.: Ja.

K.B./D.P.: …maar met zes mensen kan je geen gebouw bezetten. Jullie hadden veel meer volk nodig en met die nieuwe mensen kwamen er andere ideeën op tafel. Ideeën die niet noodzakelijk pasten in jullie agenda.

C.C.: Wij wilden het vooral open houden.

K.B./D.P.: Als je het verslag leest, dan hadden de tegenstanders van de vzw blijkbaar hetzelfde gevoel als jullie, namelijk dat jullie het laken naar jullie toe wilden trekken: “Zoals Hit & Run zich tijdens de actie heeft geprofileerd (democratisch) moet er verder gewerkt worden; samen beslissingen nemen, dus meer evenwicht in de Raad van Beheer en niet enkel Hit & Run.”

C.C.: Hun voornaamste bezwaar was dat wij te veel macht zouden hebben en dat Karen Celis geen voorzitter kon zijn omdat ze geen kunstenaar was. Maar wij wilden geen macht! We hadden een heel brede en open vzw-structuur voor ogen, met zo’n dertig professionals uit het veld in een grote raad van bestuur: museummensen, curatoren, schrijvers, critici… en wijzelf om een oogje in het zeil houden. We wisten maar al te goed dat we als leden van de raad van bestuur geen gebruik konden maken van de faciliteiten van de vzw en er niet tewerkgesteld konden worden. Dat was het verschil met sommige anderen. Danny wilde zelf in de vzw werken. Veel kunstenaars wilden zelf bepalen wie er zou tentoonstellen. Ze waren ontgoocheld in de professionals. Ik vind het nog altijd niet goed dat kunstenaars beslissen over hun collega’s. Dat laat je beter aan curatoren over.

K.B./D.P.: Uiteindelijk kwam het op die bewuste, delicate vergadering van 26 februari 1998 tot een stemming over de vraag: jullie vzw – de vzw ICC – behouden of annuleren. Er waren vijf stemmen vóór, tien stemmen tegen en zeven onthoudingen: exit vzw ICC…

C.C.: Het was een ongelooflijke chaos. We zaten op de eerste verdieping van het café L’Entrepot du Congo…

P.W.: …er liepen voortdurend mensen in en uit. Soms totaal onbekende gezichten. We dachten: wat doet die hier plots… Ook curatoren waren van de partij.

C.C.: Win Van den Abeele en Philippe Pirotte kwamen bijvoorbeeld naar boven om de geanimeerde discussie te volgen… en uiteindelijk hebben ze zelfs meegestemd!

K.B./D.P.: Weten jullie nog wie tegen de vzw ICC heeft gestemd?

C.C.: Volgens mij Marc Jambers, Marc Schepers, Guy Rombouts, Monica Droste, Philip Huyghe, Danny Devos, Sven ‘t Jolle, Chris Gillis en nog twee cafégangers.

K.B./D.P.: Wat hebben jullie na de stemming gedaan? Zijn jullie eruit gestapt?

C.C.: Nee. Patries en ik hebben onmiddellijk contact opgenomen met Guillaume Bijl en Luc Tuymans, tot grote woede van de kunstenaars die tegen onze vzw hadden gestemd. We hoopten dat Bijl en Tuymans in de vzw wilden stappen, zodat ze de scheefgegroeide situatie misschien nog konden rechttrekken. Bijl en Tuymans hadden niet aan de bezetting deelgenomen, maar ze konden toch wat meer gewicht in de weegschaal leggen dan wij, jonge en onbekende kunstenaars. Ze hebben zich serieus geëngageerd. Luc stond heel erg achter de idee van een internationale kunsthal met wisselende curatoren.

K.B./D.P.: Er wordt uiteindelijk beslist om een nieuwe vzw op te richten: de vzw NICC. Op 15 maart 1998 vindt de stichtingsvergadering plaats. Ondanks alle heisa bleven jullie actief binnen de nieuwe vzw?

C.C.: Ik woonde vergaderingen bij en volgde wat er gebeurde… maar eerder vanop afstand moet ik zeggen. In 1999 heb ik wel geholpen bij de voorbereiding van Trouble Spot Painting, een tentoonstelling over schilderkunst, samengesteld door Luc Tuymans en Narcisse Tordoir.

K.B./D.P.: En jij, Patries?

P.W.: Ik ben zelfs nog even secretaris geweest van het NICC. Tot begin mei 1998. In 2000 was ik coördinator van een tentoonstelling over kunstenaarsbewegingen in België, door het NICC georganiseerd in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen: Mo(u)vements. Ook het idee van die tentoonstelling kwam trouwens van mij.

K.B./D.P.: Zijn jullie ooit uit de vzw gestapt?

C.C.: We zijn nog altijd lid, als ik me niet vergis.

K.B./D.P.: Hoe kijken jullie nu terug op de bezetting?

C.C.: Wij wilden een signaal geven. We hoopten dat de overheid zou inzien dat er nood was aan een interdisciplinair kunstcentrum, maar blijkbaar stonden we daar vrijwel alleen in. Voor ons was de bezetting dus niet geslaagd.


More info on the Web


380